Taalontwikkeling en voorlezen

De taalontwikkeling stimuleren

Kinderen leren praten omdat ze horen hoe anderen het doen. Zo leren ze tussen nul en twee jaar (de Nederlandse) taal steeds beter begrijpen en zelf gebruiken. Dat gaat spelenderwijs en van nature. De omgeving speelt daarbij een belangrijke rol: thuis, in het gezin, maar ook in de kinderopvang (in het dagverblijf, de speelzaal, bij gastouders of grootouders die oppassen).

Je kunt de taalontwikkeling van kinderen extra stimuleren door met kinderen te praten. Er zijn elke dag veel momenten waarop je de taalontwikkeling kunt stimuleren. Dit zijn een paar voorbeelden:


Over het stimuleren van taal bij peuters en kleuters is veel bekend. Over taalstimulering bij baby's en dreumesen daarentegen is minder bekend. Daarom hebben het Expertisecentrum Nederlands en Sardes een praktische handleiding* gemaakt voor iedereen die met taalstimulering bij heel jonge kinderen aan de slag wil gaan. De handleiding laat zien hoe kinderen taal leren en hoe je de taalontwikkeling kunt stimuleren.

* "De Taallijn in het kinderdagverblijf, taalstimulering voor nul- tot tweejarigen"
sluit aan bij de uitgangspunten van het Landelijk Curriculum Kinderopvang.
Kijk voor meer informatie op: http://www.detaallijn.nl/

Interactief

Naast taalaanbod is het van belang om 'in gesprek' te komen met kinderen en hen een actieve rol te laten spelen. Dat is de kern van interactieve taalstimulering. Dat begint al bij de verzorging van een baby: als je tegen een baby praat, reageert hij met gezichtsuitdrukkingen, gebaren en geluidjes. Dat is het begin van 'terugpraten'. Luister ernaar en reageer erop. Dreumesen proberen klanken te imiteren: stimuleer dat, herhaal het woord dat ze zeggen willen. Of benoem samen de handelingen tijdens spel, of tijdens verzorgingsmomenten gedurende de dag.

Moeder die met haar dochter praat

Voorlezen is vooral leuk maar ook leerzaam!

Het voorlezen van boekjes is heel goed voor de taalontwikkeling van jonge kinderen. Door samen met een volwassene naar een boekje te kijken, erover te praten en samen het verhaal te vertellen (interactief voorlezen), leert een kind steeds meer nieuwe woorden kennen. En hij komt steeds meer te weten over de wereld om hem heen. Voorlezen helpt ook bij het leren communiceren: een kind leert om naar jou te luisteren en daar vervolgens op te reageren.

Ook voorlezen doe je interactief als het kan:

Houd wel rekening met de ontwikkelingsfase van kinderen! Het is goed om kinderen uit te dagen, maar het moet ze niet (te veel) frustreren. Hele jonge kinderen kun je bij het verhaal betrekken door ze dingen aan te laten wijzen. Aan oudere kinderen kun je meer open vragen stellen et cetera.

Let op de reacties van kinderen en zorg voor een goede balans tussen interactief voorlezen om gericht de taalontwikkeling te stimuleren en 'gewoon' voorlezen om daar heel veel plezier aan te beleven! Het moet immers fijn zijn om samen te doen.

Voorleestips

Voorleestips
Klik op het bovenstaande plaatje voor een grotere versie.
De teksten in deze rubriek komen uit:

De Taallijn in het kinderdagverblijf
Taalstimulering voor nul- tot tweejarigen

Tekst: Janneke Corvers, Annie van der Beek, José Hillen, Annemieke Pecht en Heleen Versteegen
Uitgave: SARDES